Eigenstijl – Dier en leed

Dit item over Blog is geschreven door Jelle Klerx — Deel via

Eigenstijl – Dier en Leed!

‘Ik ben Jelle Klerx en ik ben tegen bont’. Met het uitspreken van het eerste deel van de voorgaande zin heb ik geen enkele moeite, omdat die redelijk gebaseerd is op de waarheid zoals ik die ervaar. Ik zou willen dat ik het deel dat tegen dierenleed pleit ook volmondig uit kon spreken. Maar ik weet eigenlijk niet zo goed of ik tegen bont ben. Dat komt omdat ik zo van vlees houd.

Maar dat is toch geen reden om niet tegen bont te zijn Jelle? Misschien niet in het echte leven, maar in mijn hoofd wel. Ik koop veelal biologisch vlees, voornamelijk door de sociale druk en mijn geweten. Want laten we eerlijk zijn: biologische producten zien er altijd net wat viezig uit en smaken een klein beetje minder lekker, waardoor het écht goed voelt om ze te eten. Ik ben in de overtuiging dat er een marketing goeroe is geweest die heeft gezegd “Geef die kip maar een paar flinke meppen, dan wordt het vlees wat grauwer en daardoor geloofwaardiger. Wel pas als hij dood is hoor!’ Desondanks denk ik dat de kippetjes, koetjes en geiten het niet al te goed hebben. Ze leven ten slotte in gevangenschap en -of een kooitje nou 1 vierkante meter is of 10- dat kan nooit gezellig zijn. Kip 13243, aldus haar naamtag, wordt geboren, legt een paar duizend eieren, wordt geëlektrocuteerd en belandt in een plastic bakje met daarop de stempel ‘Puur en Eerlijk’ in een kil mortuarium dat men ook wel omschrijft als het koelvak van de Albert Heijn. Lekker puur en heerlijk eerlijk.

Nee, in dat kader heeft zeehondje Otje op de Noordpool het niet eens zo slecht. Vrolijk oinkt hij met zijn vriendjes door het giganteske ijspaleis. Een jager komt en knuppelt Otje in één à twee slagen morsdood. Een beetje gemeen is het wel, zo’n grote man tegen een klein zeehondje, maar Otje zag eerder al een vriendje uit elkaar gereten worden door een ijsbeer en zijn moeder werd nota bene als een levende tennisbal rond geslingerd door een nazaat van Willy uit Free Willy. Otje had het geluk dat hij een jaar of twee vrij was. Daarnaast gaat Otje een tweede leven tegemoet: hij wordt met trots om de nek van een vrouw van klasse gedragen. Kip 13243 ziet geel van jaloezie. Of van de antibiotica.

Laatst had ik nogal een verhitte discussie met een vriend over dieren die met het uitsterven bedreigd worden. Ik was namelijk tot een lugubere – maar naar mijn mening waarachtige – conclusie gekomen dat het uitsterven van een diersoort niet erg is voor die diersoort zelf. Om mijn statement kracht bij te zetten, zei ik vrolijk dat mensen die een diersoort willen redden dat uit eigenbelang doen en niet zozeer in het belang van het dier. Dit onderbouwde ik met de retorische vraag ‘Denk je dat de laatste Dodo op aarde zich er ook maar één tel heeft gedacht: ‘Shit, ik ben de laatste Dodo. Wat is dit een naar gevoel’?’ Persoonlijk denk ik van niet. Stel ik was die laatste Dodo en ik kon denken, dan zou ik eerder neigen naar ‘Hah! Ik ben de laatste Dodo! Lekker voor die stomme mensen dat ze nooit meer van een Dodo kunnen genieten!’ Gepassioneerd en dramatisch zou ik daarop van een klif afspringen en neerstorten als een Bowien.

Ik zag hoe het bloed van de vriend met wie ik deze discussie had begon te koken. Hij was het totaal niet met me eens. Op het statement dat iemand die koste wat kost wil dat een diersoort blijft bestaan, eigenlijk een egoïst is (want die iemand kan anders niet meer van de diersoort genieten) werd hij woedend. Ik snapte dat wel, want het was best een zuur statement. Maar echt weerleggen met iets anders dan ‘Dit is belachelijk!’ kon hij het niet. Om het nog iets erger te maken vergeleek ik een bedreigde diersoort met een product. Een walkman bestaat niet meer, cassettebandjes ook niet. Het was tijd voor muziek 2.0. Survival of the fittest. Misschien geldt dat ook voor het dierenrijk. Ik werd bijna aangevlogen.

Natuurlijk ken ik de gruwelijke filmpjes van dierenmishandeling en ik word al misselijk bij de gedachte eraan. Maar ik vind tegelijkertijd dat het verschil tussen dieren in hokjes voor vlees en dieren in hokjes voor bont heel klein. Ik kan dus erg kwaad worden als ik mensen nota bene bij de McDonald’s hoor zeggen dat ze tegen bont zijn (waargebeurd verhaal). Zelf koop ik geen bont. En ik zal ook wat minder vlees proberen te eten. Uit respect voor Otje en 13243.


Begrijp me niet verkeerd, ik vind dieren heus lief. Ik kan me er zelfs heel goed mee identificeren.

 

Eigenstijl, een wekelijkse column van blogger Le Yeah op Stijlmagazine.nl